vrijdag 29 mei 2009

't is een blijvertje.

Ken je dat, zo van die momenten waarop je met jezelf niet weet wat aan te vangen? Waarop je niet weet hoe je je moet gedragen. Wat je moet zeggen. Tegen wie je moet praten. Je heel erg dringend naar het toilet moet maar er gewoon echt geen zin in hebt? Soit dat laatste even buiten beschouwing gelaten. Dit is zo'n moment. 
Het is dag dertien vandaag. Dag dertien waarop ik niet kan doen wat ik zelf wil. Poot omhoog. Zoiets. Afhankelijkheid in't kwadraat. En nog es. En nog es. Heb je het ooit al eens meegemaakt dat je jezelf en de zetel zo beu kan zijn, dat je met eender wie wel een pintje wilt gaan drinken? Dat je met eender wie lekker gezellig wil msn'en, facebooken, skypen? Dit is zo'n moment. Maar het gaat niet. Het gaat verdomme niet. Waarom? Eén, krukken. Twee, brace. 
Wat heb jij voorgehad? Hoe is het gebeurd? Wie heeft dat gedaan? Doet dat pijn?
Neen, dank u.
Einde.

zaterdag 23 mei 2009

Madame Kyoto


Ik ben groen. Soms toch. Milieubewust? Neen. Gewoon groen. Ik ben een takkewijf. Mensen de bomen injagen met mijn gezaag. Gezaag zonder kettingzaag. Ik doe het niet express. Het komt volledig uit mezelf. Uit mijn hoofd. Mijn hart. Mijn beenhaartjes. Geen idee. Groen in hart en nieren. Een godverdoms takkewijf. Dat de mensen rondom haar bestookt. Bestoken met vervelendheden. Duuzenden. Vooral het boomvriendje, die daar vaak hoog in de boom een schuilplaats vindt moet eraan geloven. Niet bewust hé. Dat vriendje mag vrij zijn. Uiteraard. Maar mag een boswachter als ik soms toch bezorgd zijn alsjeblieft? Bezorgd als ze niet weet wat er aan de hand is. Als ze niet weet of er iets is. Maar als ze wel denkt dat er iets is. Wil weten wat er is. Maar het niet mag. Klinkt als een kluwen. Het kluwen van het takkewijf. Misschien moet er bij mij eens flink gesnoeid worden. Alle dorre takjes weg. Weg. Weg. Weg. 

donderdag 7 mei 2009

Hekel Pekel

Ik haat een volle koelkast. Vol. Ik haat het. Zeker vandaag. Het is al de derde dag dat ik opnieuw met mijn dieet wil starten. Herstarten eigenlijk. Maar steeds draait het uit op een flop. 't Is mijn pens die tegen mij zegt; mmmm Eva, ik heb zin in die frisco. Die? Neen, die andere, een bakje lager. Oh. Die lichte bruine met nootjes? Ja, die. Die wil ik. Wil jij die ook? Een frisco, ik? Neen, ik ben op dieet sinds vandaag. Dieet? Ja. Jij moet uit mijn leven verdwijnen Meneertje Penzy. (Ik kies voor het mannelijke geslacht. Tussen mijn pens en ik is er ook een haat-liefde-verhouding.) Ik sluit flink de deur van de koelkast. Kruip weer achter mijn computer. Neem een watertje en werk flink verder. 
Frisco. Een overheerlijke frisco. In de koelkast. Slechts drie stappen en een armzwaai van jou verwijdert. Zwijg!
Ik blijf steevast verder doen. Ik heb karakter. Ja. Karakter. Ik kan het weerstaan. 
Helaas is mijn karakter vijf minuten later al heel wat geslonken en begint ie weer.
Lieve Eeeeva. Hij ligt er nog hé. Ja ik weet het! Ik heb geen zin in frisco's. Neen? Neen! 
Tijdens het 'neen-zeggen' beeld ik me mezelf in, likkend aan dat ijsje, zittend in de zetel. Ik voel de chocolade smelten in mijn mond. Op mijn tong. Dan proef ik het nootje. Dat knispert tussen mijn tanden. Mmm.

Dood aan de ijsjesfabrikant. 
En pratende pensen.

woensdag 6 mei 2009

Missen is menselijk


Ik ben een slechte misser. Een mispoes misschien. Maar missen is menselijk. En dat is waar,  want ik mis jou. Jou. Helemaal. Je armen. Je snoet. Je kuiten. Je teentje. Je stem. Je stem, die mis ik in alle opzichten. Je krakende ochtendstem. Je heldere telefoonstem. Je lieve fluisterstem. 
Missen is iets raar. Iets vreemd. Iets goed ook eigenlijk. Want je denkt alleen terug aan al het goeds. Alle leuke momenten. Dat maakt missen mogelijk. Die leuke momenten. Missen is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk. Het gaat vanzelf. Missen is bij mij een buikgevoel. Alhoewel. Het zit in mijn hele lichaam. Maar ik centraliseer het in mijn buik. Dat is gemakkelijker voor mezelf. Om rustig te blijven. Een gevoel in mijn buik dus. In mijn buik daar is iets mis. Maar missen is menselijk.

dinsdag 28 april 2009

boenk

Er zijn zo van die dagen. Dagen dat alles anders loopt dan je verwachtte. Dagen die beter zijn dan je verwachtte. Je snapt niets vermoedend op de trein. Die zit voller dan je had gehoopt. Maar doordat alles zo goed  gaat kan het je niet veel schelen. Je doet de deur van de wagon open. En daar begint de ellende. Het geluid komt recht in je oren gevlogen. De muziek. Er zitten twee jonge kerels dé nieuwe trend van het moment aan het beoefenen zijn. Het gaat als volgt. Je neemt je GSM uit je broekzak. Zet het volume op maximum. En zoekt de meest slechtste Franse rap van dit moment. Je sluit je gepikte luidsprekers aan op je GSM. Drukt op play. De muziek begint. Mensen beginnen hun hoofden te draaien en vragen zich af van waar de muziek komt. Dat is verdorie duidelijk. Iedereen denkt hetzelfde. Zet dat af. Niemand durft wat te zeggen. Zet dat af. Maar neen. Afzetten is niet hip. Dus zetten we het meteen nog wat luider. 
Het verhaal van de twee Johny's en hun GSM. Never ending story. De hele treinrit lang. Zucht. 

vrijdag 24 april 2009

Nabeschouwd.


Wat een weekje in de bergen allemaal niet kan met een mensenhoofd. Tijdens deze vakantie vroeg ik me wel eens af waarom ik mezelf dat allemaal aandoe. Wat is er nu eigenlijk zo leuk aan een gezicht vol vettige crème, mijn voeten in stinkende, knellende schoenen, wind in mijn gezicht, een natte broek als ik val? Wel. Ik kan er zo niet meteen een antwoord op verzinnen. Wel is zeker dat het paradijselijk is. Bergen. Sneeuw. Zon. En Skiwi's. Mmm.
Na zo'n heerlijk weekje is het absoluut niet als thuiskomen. Deadlines die zich opstapelen tot aan het plafond en verder. Ikzelf die me mijn slaap niet gun. Klinkt vreemd. Ik pieker in plaats van te slapen. Dat is eigenlijk nogal vervelend hoor. Piekeren. Eigenlijk is het geen piek. Het is een lowpoint. Een dipje in je gedachtengoed. Alhoewel. Soms kom je tot pieken. Pieken die je zeggen dat je fout bezig bent. Of misschien toch niet zo fout als je dacht. Gisteren ondervond ik dat ik behoor tot categorie één. De lowers, yeah. Maar zo cool is dat niet. Ik neem andermans adem af. Niet met een plastic zak. Maar met mijn armen waarmee ik iedereen insluit. Opsluit. Uit lowpoints kan je leren. Leren hoe anderen weer te laten ademen. Adem is een behoefte. Een noodzaak. Ook liefjes hebben adem nodig. Niet alleen liefde. En seks. Adem. Misschien kan ik hem eens een puffertje kadoo doen? 
Of gewoon even tot tien tellen als ik mijn zin niet krijg. Dan krijgt ie vast opeens heel wat frisse lucht binnen.

vrijdag 10 april 2009

wist je dat?

Ik wist het niet. Ik wist niet dat het kon. Maar het kan dus echt. Boos en verdrietig zijn. Boos en verdrietig tegelijk. Boos, verdrietig en verliefd te gelijkertijd. Dat klinkt al helemaal te gek. Maar Boos, verdrietig, verliefd én excited gaat helemaal te ver. Zo ver. Ver over alle landsgrenzen heen. Op dit moment overheerst machteloosheid. Of had ik dat woord nog niet vernoemd? Blijkbaar is heel mijn grote glazen pot vol gevoelens op de grond gevallen, waardoor ze allemaal de vrije loop nemen. Van mijn maag. Tot mijn handen. Ze ballen als vuisten. Verder door naar mijn ogen. Die ogen die tranen. Beekjes. Beken als het ware. Dat is een beetje vervelend. Want door dat water glijden mijn vingers van mijn toetsenbord en zie ik mijn scherm een beetje wazig. Ik huil. Huilen kan opluchten. Maar op dit moment wil ik niet huilen. Ik wil gewoon bij jou zijn. Je vastpakken. Je zoenen. Niet boos op je zijn. En je vooral niet missen. Maar dat is onmogelijk. Helaas.