Ik haat een volle koelkast. Vol. Ik haat het. Zeker vandaag. Het is al de derde dag dat ik opnieuw met mijn dieet wil starten. Herstarten eigenlijk. Maar steeds draait het uit op een flop. 't Is mijn pens die tegen mij zegt; mmmm Eva, ik heb zin in die frisco. Die? Neen, die andere, een bakje lager. Oh. Die lichte bruine met nootjes? Ja, die. Die wil ik. Wil jij die ook? Een frisco, ik? Neen, ik ben op dieet sinds vandaag. Dieet? Ja. Jij moet uit mijn leven verdwijnen Meneertje Penzy. (Ik kies voor het mannelijke geslacht. Tussen mijn pens en ik is er ook een haat-liefde-verhouding.) Ik sluit flink de deur van de koelkast. Kruip weer achter mijn computer. Neem een watertje en werk flink verder.
Frisco. Een overheerlijke frisco. In de koelkast. Slechts drie stappen en een armzwaai van jou verwijdert. Zwijg!
Ik blijf steevast verder doen. Ik heb karakter. Ja. Karakter. Ik kan het weerstaan.
Helaas is mijn karakter vijf minuten later al heel wat geslonken en begint ie weer.
Lieve Eeeeva. Hij ligt er nog hé. Ja ik weet het! Ik heb geen zin in frisco's. Neen? Neen!
Tijdens het 'neen-zeggen' beeld ik me mezelf in, likkend aan dat ijsje, zittend in de zetel. Ik voel de chocolade smelten in mijn mond. Op mijn tong. Dan proef ik het nootje. Dat knispert tussen mijn tanden. Mmm.
Dood aan de ijsjesfabrikant.
En pratende pensen.